Onderzoek in sport, gymles en fysiotherapie: studentonderzoekers aan de slag

Al vanaf de start van ons onderzoeksprogramma in 2013 werken er vele hbo- en wo-studenten mee aan de uitvoering van ons onderzoek. In dit bericht blikken wij kort terug op wat het afgelopen jaar ons heeft opgeleverd en we geven een schets van de lopende studentonderzoeken in de sport, het bewegingsonderwijs en de kinderfysiotherapie.

2013-2014

Vanuit Work Package 1 hebben in 2013-2014 zes studenten Bewegingswetenschappen waardevolle deelonderzoeken uitgevoerd (vijf vanuit de Vrije Universiteit Amsterdam, o.l.v. John van der Kamp en één studente vanuit de Radboud Universiteit, o.l.v. Femke van Abswoude). In deze onderzoeken zijn verschillende leermethodes bekeken, zoals een externe focus van aandacht, analogie leren en foutloos leren. Ook zijn er relaties onderzocht met bijvoorbeeld werkgeheugen. De uitkomsten hebben veel input gegeven voor de factoren die we de komende tijd verder onder de loep zullen nemen. De onderzoeken zijn uitgevoerd bij vooral de sporten golf en kogelstoten bij normaal ontwikkelende kinderen. Momenteel wordt de verkregen inzichten verdiept door onder meer na te gaan hoe deze processen verlopen bij kinderen met een motorische beperking. Naar verwachting hebben zij baat bij vormen van impliciet leren, maar met de huidige resultaten resteren nog verschillende vragen en kunnen nog geen eenduidige conclusies worden getrokken.

Daarnaast hebben in het eerste onderzoeksjaar zestien hbo-studenten (van Hogeschool van Amsterdam, Haagse Hogeschool, Hogeschool Arnhem Nijmegen en Fontys Hogescholen) gekoppeld aan Work Package 2 data verzameld op scholen en sportverenigingen. Deze zestien studenten hebben een enorme schat aan data verzameld, bestaande uit video-observaties, interviews en vragenlijsten bij kinderen met Cerebrale Parese (CP) en hun bewegingsonderwijzers en sporttrainers. Onderzoeker Elise van Casteren is momenteel bezig deze data te analyseren. De data geven onder meer inzicht in hoe vaak impliciete- en expliciete leermethoden ingezet worden in de bewegingsonderwijs- en sportcontext en welke ervaringen kinderen met CP en hun bewegingsonderwijzer en/of sporttrainer met beide leermethoden hebben. Daarnaast is er onderzoek uitgevoerd door vijf studenten van de Universiteit Utrecht, die onder meer het observatieprotocol voor impliciet- en expliciet leren hebben verbeterd.

2014-2015

In het huidige onderzoeksjaar (2014-2015) borduren we voort op eerdere resultaten en gaan we specifieker in op groepen kinderen met een motorische beperking, op bepaalde manieren van leren en op bepaalde motorische taken. Binnen Work Package 1 wordt getracht in zes deelonderzoeken (uitgevoerd door dertien studenten) antwoord te krijgen op de volgende vier vragen:

  • Leren kinderen met DCD (onder begeleiding van een kinderfysiotherapeut) beter door een externe focus van aandacht (impliciet leren) of door een interne focus (expliciet leren)?
  • Hebben kinderen een voorkeur om te leren via een interne of externe focus en waardoor wordt dit voorspeld?
  • In hoeverre doet Foutloos leren een beroep op het werkgeheugen en kan het aldus als geschikte leermethode worden gezien voor kinderen met een motorische beperking?
  • Verschillen kinderen met DCD van normaal ontwikkelende kinderen wanneer zij tijdens een sjoeltaak te maken krijgen met impliciete- en expliciete leermethoden?

Meer informatie: Femke van Abswoude, f.vanabswoude@pwo.ru.nl .

Vanuit Work Package 2 wordt in 2014-2015 samengewerkt met vijftien HBO- en WO-studenten van zes onderwijsinstellingen in elf verschillende deelonderzoeken. Omdat vorig jaar met name veel informatie over kinderen met CP in gymlessen is verzameld, zal de focus nu liggen op  kinderen met DCD, leermethoden in kinderfysiotherapie en leermethoden bij sportclubs. Daarnaast wordt er onderzoek uitgevoerd naar de onlangs ingevoerde Wet Passend Onderwijs, die teweeg gaat brengen dat kinderen met een motorische beperking steeds vaker in het regulier onderwijs terecht zullen komen. Verder wordt er nader gekeken naar thema’s als ouderbetrokkenheid, de relatie tussen feedback en het beleven van plezier, de optimale benaderingswijze en beste manier van interactie. Verder worden er nog experimenten uitgevoerd waarbij kinderen met een motorische beperking opgesplitst worden in verschillende groepen (impliciet vs. expliciet leren) en wordt bekeken welke methode bij deze doelgroep tot het meeste leereffect leidt.

Meer informatie: Elise van Casteren, e.vancasteren@pwo.ru.nl .

Naast onderzoek is er ook een aantal hogeschoolstudenten betrokken bij het ontwikkelen van producten of activiteiten. Zo is een studente van Avans Hogeschool afgelopen jaar aan de slag geweest met de of en hoe de rol van kinderfysiotherapeuten kan worden vergroot bij kinderen met DCD. Daarnaast ondersteunen drie studenten van Chr. Hogeschool Windesheim het initiatief van de BOSK om in september 2015 een landelijke sportkennismakingsdag voor kinderen met een motorische beperking te organiseren en daarvoor een draaiboek aan het ontwikkelen.

Al deze studentonderzoeken leveren een schat aan data op en geven ons een steeds completer beeld van motorisch leren bij kinderen met een motorische beperking. We zijn erg benieuwd naar de resultaten van alle deelonderzoeken in 2014-2015! Daarnaast willen we via deze weg nogmaals de vele studenten en hun begeleiders hartelijk danken voor hun inzet. Op naar nog veel meer interessante uitkomsten!