Lopend onderzoek: Persoonsfactoren & Trainers/ docenten

Er wordt momenteel onderzoek verricht naar de rol van persoonsfactoren (zoals aard en mate van motorische beperking, werkgeheugen, self-efficacy) en naar de wijze waarop sporttrainers en bewegingsonderwijzers omgaan met kinderen met een motorische beperking bij sportactiviteiten.

Onderzoeker Femke van Abswoude (Radboud Universiteit Nijmegen) zal in het voorjaar van 2014 onderzoek doen om te bepalen welke persoonsfactoren het meest van belang zijn voor positieve effecten bij een expliciete leermethode. In dit onderzoek zullen kinderen een sporttaak aangeleerd krijgen met behulp van expliciete instructies en taakgerichte feedback. De verwachting is dat kinderen met goede executieve functies, zoals werkgeheugen, deze taak beter zullen kunnen leren in vergelijking met kinderen met mindere executieve functies. Dit zou ook kunnen leiden tot meer zelfvertrouwen om de taak goed uit te kunnen voeren en meer plezier tijdens de activiteit. Vooral bij kinderen met een motorische beperking lijken werkgeheugen en het zelfvertrouwen om sporttaken succesvol uit te voeren het leren van sporttaken te beïnvloeden. Ook zijn zelfvertrouwen en plezier van belang voor blijvende sportdeelname.

In het voorjaar van 2014 zal een expliciet trainingsprotocol worden getest bij kinderen van 6-11 jaar. In de uitvoering wordt samengewerkt met een aantal basisscholen. Er doen zowel typisch ontwikkelende kinderen mee als kinderen met wat minder motorische of cognitieve vaardigheden.

Doel van de sporttaak die in dit eerste experiment wordt getest is om een bal zo dicht mogelijk bij een doel-bal in het veld te rollen (zoals bij de sport boccia). Tijdens het oefenen zullen de kinderen juist op een target mikken waarbij ze proberen om zo veel mogelijk punten te scoren. Naast het leren van deze sporttaak zullen de kinderen ook een aantal spelletjes doen waarmee hun executieve vaardigheden, motorische vaardigheden en aandacht zullen worden vastgesteld. Er is momenteel nog weinig bekend over de factoren die een rol spelen bij het motorisch leren van kinderen. Met dit eerste onderzoek willen wij er achter komen waar de nadruk op gelegd moet worden wanneer we ook kinderen met een motorische beperking een leermethode op maat aan willen bieden.

Voor meer info: f.vanabswoude@pwo.ru.nl

Onderzoeker Elise van Casteren (Radboud Universiteit Nijmegen) zal in het voorjaar van 2014 onderzoek doen naar de inrichting van het leerklimaat bij sportactiviteiten voor kinderen met Cerebrale Parese (CP). Het onderzoek vindt plaats bij bewegingsonderwijzers en sporttrainers. Onderzocht wordt in hoeverre en op welke wijze de docent/ trainer verschillende leermethoden inzet en welke ervaringen zowel professionals als kinderen hierbij hebben. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de interactie tussen de professional en het kind (omgang met elkaar en gedrag).

In de uitvoering van het onderzoek wordt samengewerkt met 23 vierdejaars studenten van de Haagse Hogeschool, de Hogeschool van Amsterdam, Fontys Hogeschool Eindhoven en Hogeschool Arnhem Nijmegen, van de opleideingen ALO, SBE en Toegepaste Psychologie. De studenten nemen de gestandaardiseerde meetinstrumenten af en schrijven daar hun eigen scriptie over. Voor het landelijke onderzoek worden de gegevens samengevoegd tot één databestand. Op 20 februari en 13 maart jl. zijn twee trainingen gegeven omtrent het gebruik van deze meetinstrumenten (zie foto’s). De studenten waren erg enthousiast en zijn inmiddels gestart met de werving van scholen en verzameling van data.

De verzameling van gegevens vindt plaats volgens een vaststaand protocol. Studenten maken video-opnamen van gymlessen, die zij later scoren op impliciet versus expliciet leren. Vervolgens voeren zij interviews uit met zowel de LO-docent als het kind met CP, waarbij zij videofragmenten uit de gymles tonen en hierbij vragen stellen over ervaringen met de ingezette leermethoden, interactie en participatie. Er wordt daarnaast nagegaan welke kinderen met CP ook bij een vereniging sporten. Bij deze kinderen vindt vervolgens op de sportvereniging dezelfde procedure plaats: er worden video-opnamen van de training gemaakt die later gescoord worden op impliciet versus expliciet leren en studenten voeren interviews uit met de sporttrainer en het kind. Zodoende kunnen beide contexten met elkaar worden vergeleken en kunnen aanbevelingen worden gedaan voor beide doelgroepen.

Het onderzoek is relatief breed en praktijkgericht van opzet en zal op verschillende elementen van het sportklimaat voor kinderen met een motorische beperking ingaan: gehanteerde leermethoden in gymlessen en sporttrainingen, ervaringen van professionals en kinderen met deze leermethoden, sportmotieven en redenen voor uitval, aanbevelingen van trainers en kinderen op het gebied van interactie, en praktijkvoorbeelden van leer- en interactiemethoden uit gymlessen en sporttrainingen.

Voor meer info: e.vancasteren@pwo.ru.nl

20140220_144852_2 20140220_145211 20140220_163530