Hoe leren jongeren met CP tijdens de gymles en sporttraining?

Inmiddels is begonnen met de data-analyse van de door de hbo-studenten verzamelde gegevens in het speciaal voortgezet onderwijs. Achttien hbo-studenten van de ALO (Haagse Hogeschool en Hogeschool van Amsterdam), Sport- en Bewegingseducatie (HAN) en Toegepaste Psychologie (Fontys Hogescholen) hebben meegewerkt aan het Meedoen met Sport-onderzoek. In totaal hebben zij 65 kinderen met Cerebrale Parese geïncludeerd in het onderzoek. Veertig kinderen zijn gevolgd in het bewegingsonderwijs en 26 kinderen in de sportcontext. Sommige kinderen werden op beide plekken gevolgd. Daarnaast zijn twaalf bewegingsonderwijzers en vijf sporttrainers bevraagd naar hun ervaringen in het werken met kinderen met CP.

De eerste resultaten uit de bewegingsonderwijscontext laten zien dat bewegingsonderwijzers geen onderscheid maken tussen kinderen met CP en andere kinderen binnen de gymles; zij benaderen elk kind op gelijke wijze en hanteren geen aparte aanpak. Wel zouden zij graag meer willen weten over specifieke benaderingswijzen van kinderen met CP en leermethoden die goed aan zouden sluiten bij deze doelgroep. Het overgrote deel van de LO-docenten uit het speciaal voortgezet onderwijs kent de termen impliciet- en expliciet leren niet. Na uitleg van beide methoden geven zij aan impliciet leren vrijwel nooit toe te passen en de voorkeur te geven aan expliciet leren. Dit omdat dit tot een duidelijkere uitleg en heldere verwachtingen ten opzichte van het kind zou leiden. Wanneer de videobeelden worden bekeken, blijkt echter dat zij wel degelijk impliciet leren toepassen in hun gymlessen! Bewegingsonderwijzers zijn zich dus niet (altijd) bewust van de door hen ingezette leermethoden en zijn niet bekend met de voordelen die impliciet leren kan hebben. Vrijwel alle ondervraagde bewegingsonderwijzers staan zeer positief tegenover een handboek met concrete voorbeelden van impliciete leermethoden en een bijbehorende bijscholing. Dergelijke producten/ interventies zouden praktisch ingesteld moeten zijn en gemakkelijk toepasbaar. Bewegingsonderwijzers zouden graag bijeen komen met collega’s om ervaringen te delen en van elkaar te leren. Ook geven zij aan dat aanbevelingen door professionals vanuit de revalidatie gewenst zijn. Concrete aanbevelingen die zij nu al meegeven aan collega LO-docenten: creatieve aanpassingen bedenken binnen de LO-lessen zodat elk kind kan meedoen, in mogelijkheden denken i.p.v. in beperkingen en de nadruk leggen op complimenteren, samenwerken en succesbelevingen.

Uiteraard werden ook de kinderen met Cerebrale Parese bevraagd over hun voorkeur voor impliciete- of expliciete motorische leermethoden. Acht van de vijftien kinderen met CP blijken een voorkeur te hebben voor impliciete methoden. Vijf van de vijftien kinderen geven aan dat dit erg afhangt van de soort sportactiviteit, het aantal regels en de moeilijkheidsgraad (en dat zij daardoor niet kunnen kiezen voor één methode). Twee van de vijftien kinderen geven de voorkeur aan expliciet leren. Kinderen noemen daarnaast nog dat visueel maken, voordoen en tactiele begeleiding (een arm vastpakken en meebewegen) erg wenselijk zijn (“alleen uitleg krijg ik niet binnen”). Het liefst krijgen kinderen een korte uitleg en gaan zij snel zelf aan de slag. Vrijwel alle ondervraagde kinderen vinden de gymlessen leuk, omdat zij graag in beweging komen, zich willen uitleven, gedachten willen verzetten, in conditie willen blijven en door de gymlessen meer zelfvertrouwen en durf om te bewegen krijgen.

Kinderen en LO-docenten zijn daarnaast ook bevraagd over participatie, interactie en doorstroom naar de sport. Deze data moet nog geanalyseerd worden. De data uit de interviews met de sporttrainers en de kinderen op sportclubs ligt daarnaast ook nog klaar voor verwerking. Verder worden momenteel alle video-opnames van LO-lessen en sporttrainingen gescoord door twee onderzoeksassistenten. Zij brengen in kaart hoe vaak impliciet- en expliciet leren daadwerkelijk ingezet worden in de LO-lessen en sporttrainingen en of er verschillen zijn tussen beide contexten. Daarnaast worden de uitgezette vragenlijsten nog geanalyseerd. Deze zoomen in op de wijze waarop professionals met kinderen met CP omgaan wat betreft zelfvertrouwen, aanmoedigingen, omgaan met teleurstellingen, omgang met andere kinderen, plezier en participatie. Tevens kan naar correlaties worden gezocht tussen de mate van impliciet-/ expliciet leren en bijv. de door kinderen ervaren mate van plezier. Hierover later meer!