Kinderfysiotherapeuten en sportparticipatie van kinderen met een motorische achterstand

In 2014/2015 is een onderzoek uitgevoerd door kinderfysiotherapeute en Master student Wenke Broekkamp naar de rol van kinderfysiotherapeuten in het stimuleren van sportdeelname bij kinderen met (mogelijk) Developmental Coordination Disorder (DCD). Zij werkte hierin samen met NVFK (Nederlandse Vereniging voor Kinderfysiotherapie) en het programma ‘Meedoen met een motorische beperking’, dat vanuit de Radboud Universiteit wordt gecoördineerd. Ze bevraagde via vragenlijsten en interviews zowel kinderfysiotherapeuten als kinderen met (mogelijk) Developmental Coordination Disorder (DCD) zelf. Nagegaan is hoe het sportklimaat van kinderen met (mogelijk) DCD wordt ervaren, wat de bevorderende en belemmerende factoren omtrent sportparticipatie zijn en wat de rol van de kinderfysiotherapeut hierin is.

Sporten en bewegen in de vrije tijd is belangrijk voor kinderen met (mogelijk) DCD. Het kan positief bijdragen aan fysieke fitheid en de verbetering van motorische competenties. Daarnaast is het goed voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Sporten kan zo van grote waarde zijn om volwaardig te participeren in de Nederlandse samenleving.

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat ruim 85% van de geënquêteerde kinderen aangeeft te sporten. Ze geven aan dat ze veelal individueel en/of aangepast sporten (o.a. sporten in een G-team, sporten bij Fitkids). De helft van de kinderen is lid van een sportvereniging. Kinderfysiotherapeuten geven aan dat één derde van de kinderen met (mogelijk) DCD die zij onder behandeling hebben lid is van een sportvereniging. Ruim 90% van de kinderfysiotherapeuten geeft aan een actieve rol te spelen in het toeleiden van kinderen naar een sportvereniging, hoewel uit de interviews blijkt dat die rol zich momenteel met name beperkt tot voorlichting.

Stimulering door ouders, kinderfysiotherapeuten, sportverenigingen en een positieve bijdrage vanuit de gemeenten wordt aangegeven als belangrijkste bevorderende factor voor participatie bij een sportvereniging. Daarnaast is het belangrijk om naar een geschikte sport te zoeken voor het kind. Een individuele sport, waarbij wel getraind wordt in een groep (bv. atletiek of judo) lijkt dan de voorkeur te hebben. De motorische beperkingen van kinderen met (mogelijk) DCD in combinatie met het wel of niet aanwezig zijn van een andere beperking (comorbiditeit) is hierbij een belemmerende factor. Daarnaast werd frequent aangegeven dat sportverenigingen te weinig mogelijkheden en / of expertise in huis hebben om deze groep kinderen te laten participeren in hun reguliere teams. Aanbevolen wordt om kinderfysiotherapeuten voorlichting te geven over de beperkte sportparticipatie van deze doelgroep en handvatten te geven om dit meer de faciliteren. Daarnaast is het van belang dat ouders en sportverenigingen voorgelicht worden over ‘wat is DCD?’ en ‘hoe verloopt motorisch leren’, zodat meer kinderen met (mogelijk) DCD plezierig en gemotiveerd  participeren in reguliere sportgroepen en -teams. Op deze manier kan tegemoet gekomen worden aan de Olympische gedachte, die ook voor kinderen met (mogelijk) DCD belangrijk is: ‘Meedoen is belangrijker dan winnen!’

Heeft u vragen/ suggesties of wilt u de volledige Masterthesis van Wenke Broekkamp ontvang, dan kunt u contact met ons opnemen via info@meedoenmetsport.nl.