Heeft impliciet leren een plek in gym en sport?

Onlangs zijn de resultaten verwerkt uit Work Package 2 van Meedoen met Sport. In de afgelopen twee jaar hebben we een Classificatiesysteem ontwikkeld van impliciete- en expliciete leermethoden in de sport en het bewegingsonderwijs. Dit classificatiesysteem brengt in kaart welke impliciete- en expliciete leermethoden bewegingsonderwijzers en sporttrainers kunnen toepassen. Het systeem is ontwikkeld in samenwerking met onderzoeker Dirk-Wouter Smits en studenten van Universiteit Utrecht (afdeling Orthopedagogiek).

Middels dit classificatiesysteem brachten we in kaart hoe vaak impliciet- en expliciet leren gebruikt worden in gymlessen en sporttrainingen. De bevindingen zijn opvallend en glashelder: de overgrote meerderheid van de gebruikte methoden om het motorisch leren te beïnvloeden, is expliciet van aard. Dat geldt voor 91,8% van de gebruikte instructies. Van impliciete leermethoden wordt slechts mondjesmaat gebruik gemaakt: slechts 8,2% van het totaal. De impliciete leermethoden lijken aldus geen vast onderdeel van de ‘toolbox’ van LO-docenten en sporttrainers te zijn. Dit is opmerkelijk, aangezien vanuit theoretisch oogpunt impliciete leermethoden een aantrekkelijk alternatief zijn voor kinderen met een motorische beperking. Dit aangezien zij veelal een verminderd werkgeheugen hebben.

Tevens namen we interviews af onder bewegingsonderwijzers, sporttrainers en kinderen met Cerebrale Parese. De hoofdvraag was hoe zij impliciete- en expliciete leermethoden ervaren. Er blijkt een discrepantie te bestaan in de voorkeur voor impliciete of expliciete leermethoden: LO-docenten en sporttrainers hebben vaker een voorkeur voor expliciete leermethoden, terwijl kinderen vaker een voorkeur hebben voor impliciete methoden. Docenten en trainers signaleren dat expliciete uitleg niet altijd goed begrepen wordt, maar lossen dit op door te herhalen of door hetzelfde op een iets andere manier (opnieuw mondeling) uit te leggen. Overschakelen naar een impliciete leermethode zou mogelijk een effectiever alternatief kunnen zijn, dat beter aansluit bij de wensen van kinderen. In de vragenlijst geven kinderen met CP ten slotte aan dat zij graag betere individuele uitleg krijgen.

Van de LO-docenten in het speciaal voortgezet onderwijs zegt verder (maar) 37% bekend te zijn met het onderscheid tussen impliciet en expliciet leren. Van de drie geïnterviewde sporttrainers is geen enkele trainer bekend met de terminologie. LO-docenten en sporttrainers geven aan graag meer te willen weten over hoe kinderen met CP benaderd zouden moeten worden en over de leermethoden die mogelijk het best aansluiten bij deze doelgroep. Ook is er een duidelijke behoefte naar voorbeelden van impliciet leren. Een belangrijk einddoel voor ‘Meedoen met Sport’ is dan ook het ontwikkelen van een (digitaal) handboek en/of een online platform waarop diverse concrete voorbeelden van impliciete- en expliciete leermethoden gedeeld kunnen worden. In de volgende fase van onderzoek testen we in hoeverre kennis over impliciete methoden handzaam en bruikbaar is voor LO-docenten en sporttrainers, en daadwerkelijk leidt tot een toename van het gebruik van impliciete leermethoden.

Over deze resultaten verschijnen binnenkort drie artikelen in het LO-magazine van de KVLO. Het eerste artikel beschrijft hoe we het classificatiesysteem hebben ontwikkeld. In het tweede artikel kunt u lezen over de uitkomsten van het onderzoek. Het derde artikel beschrijft een vergelijking tussen het speciaal en regulier bewegingsonderwijs. De artikelen zullen eind oktober, eind november en medio december verschijnen. Ten slotte zijn de resultaten tevens verwerkt in een volledige rapportage. Laat ons gerust weten wat u van deze bevindingen vindt! Opmerkingen en suggesties zijn welkom via info@meedoenmetsport.nl .