Work Package 1

Optimalisatie van motorisch leren bij kinderen met CP en DCD: Impliciet versus expliciet leren

In deze onderzoekslijn wordt onderzocht welke methodes effectief zijn voor het aanleren van (sport)bewegingen bij kinderen met CP en DCD. Behalve de motorische beperkingen ervaren deze kinderen vaak ook nog problemen met cognitie of perceptie die gezamenlijk effect hebben op het motorische leervermogen. Met name de capaciteit van het werkgeheugen lijkt hierbij een rol te spelen. Uit eerdere onderzoeken naar motorisch leren bij gezonde volwassenen blijkt dat bij expliciete leermethodes de belasting voor dit werkgeheugen erg groot is terwijl dit voor impliciete leermethodes een stuk lager ligt. Aangezien de kinderen in onze doelgroep vaak problemen hebben met het werkgeheugen, en de capaciteit daarvan nog in ontwikkeling is in de kindertijd, lijkt impliciet leren een methode bij uitstek om sport en bewegen aan te leren.

Het doel van dit Work Package is het onderzoeken van de effectiviteit van impliciete en expliciete motorische leermethodes bij zowel kinderen met CP en DCD als bij typisch ontwikkelende kinderen en deze koppelen aan de persoonlijke kenmerken van de kinderen. Hierbij zullen we niet alleen gaan kijken naar veranderingen in prestatie, maar ook naar de manier waarop kinderen tegen hun eigen vaardigheden aankijken en de motivatie om te gaan sporten. Verder zal dit Work Package ook gericht zijn op waarom bepaalde methodes goed werken, of juist niet. De resultaten zullen gekoppeld worden aan de uitkomsten van WP2 over de omgevingsvariabelen van het sportende kind en de deskundigheid en bevordering daarvan onder sporttrainers en bewegingsonderwijzers. Vanuit het VOL zal vervolgens de terugkoppeling aan de praktijk plaatsvinden om training en coaching op maat mogelijk te kunnen maken

De onderzoekslijn wordt uitgevoerd door Femke van Abswoude. Voor meer specifieke informatie over dit onderdeel van het project kunt u bij haar terecht via het e-mailadres: f.vanabswoude@pwo.ru.nl

 

figuur_wp1